Nieuws

Artikel 50 van de EU AI Act na Verordening (EU) 2026/1744: praktische gids

Artikel 50 is in het algemeen van toepassing sinds 2 augustus 2026. De geldende Verordening (EU) 2026/1744 geeft bepaalde eerder op de markt gebrachte generatieve systemen tot 2 december 2026 voor de...
Door AI gegenereerde redactionele illustratie van een beoordelaar die signalen voor AI-transparantie en openbaarmaking onderzoekt; een concept, geen juridisch bewijs.

Wat veranderde voordat de transparantieplichten van toepassing werden?

Artikel 50 van Verordening (EU) 2024/1689 stelt transparantieplichten vast voor bepaalde interacties met AI en voor synthetische of gemanipuleerde inhoud. De oorspronkelijke AI Act werd in 2024 vastgesteld en bekendgemaakt en trad op 1 augustus 2024 in werking. Volgens de gefaseerde toepassingsregel is artikel 50 in het algemeen van toepassing sinds 2 augustus 2026.

De juridische situatie wijzigde opnieuw vlak voor die datum. Verordening (EU) 2026/1744 werd vastgesteld op 8 juli 2026, op 24 juli bekendgemaakt in het Publicatieblad en trad op 27 juli, de derde dag na bekendmaking, in werking. Artikel 1, punt 20, verving artikel 50, lid 7. Er kwam ook een specifieke overgang: aanbieders van generatieve AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht, moeten uiterlijk op 2 december 2026 aan artikel 50, lid 2, voldoen.

Deze overgang van vier maanden is beperkt. Zij betreft de machineleesbare markeringsplicht van lid 2 voor de genoemde generatieve systemen die vóór 2 augustus op de markt waren. Het is geen algemeen uitstel van artikel 50 en verschuift niet alle plichten van aanbieders of gebruiksverantwoordelijken naar december. Een concrete nalevingsbeslissing vereist de actuele EUR-Lex-tekst en de feiten van het systeem. Deze gids bevat algemene informatie, geen individueel juridisch advies.

Maak eerst onderscheid tussen aanbieders en gebruiksverantwoordelijken

Een aanbieder ontwikkelt een AI-systeem, of laat het ontwikkelen, en brengt het onder eigen naam op de markt of stelt het in gebruik. Een gebruiksverantwoordelijke gebruikt een AI-systeem onder zijn gezag, behoudens de definities en uitzonderingen van de wet. Eenzelfde organisatie kan per product verschillende rollen hebben. Het bedrijf dat een interactief systeem aanbiedt kan aanbiedersplichten hebben, terwijl een uitgever die het systeem in een publieke workflow gebruikt plichten als gebruiksverantwoordelijke kan hebben.

Het onderscheid is belangrijk omdat de plichten niet uitwisselbaar zijn. Aanbieders van systemen voor rechtstreekse interactie met natuurlijke personen moeten hen informeren dat zij met AI interageren, tenzij dit gezien de omstandigheden en context duidelijk is voor een redelijk goed geïnformeerde, oplettende en omzichtige persoon. Er geldt een uitzondering voor wettelijk toegestane systemen om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen, te onderzoeken of te vervolgen, met passende waarborgen voor rechten en vrijheden van derden. Die uitzondering geldt niet voor systemen waarmee het publiek een strafbaar feit kan melden.

Artikel 50, lid 2, betreft aanbieders van AI-systemen, waaronder AI-systemen voor algemene doeleinden, die synthetische audio-, beeld-, video- of tekstinhoud genereren. Uitvoer moet in een machineleesbaar formaat worden gemarkeerd en detecteerbaar zijn als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. De maatregelen moeten technisch zo veel mogelijk doeltreffend, interoperabel, robuust en betrouwbaar zijn, rekening houdend met kenmerken en beperkingen van inhoud, uitvoeringskosten en de algemeen erkende stand van de techniek. De plicht geldt niet wanneer het systeem een standaardbewerkingsfunctie uitvoert of de door de gebruiksverantwoordelijke aangeleverde invoergegevens of hun betekenis niet wezenlijk wijzigt. Ook de wettelijk toegestane strafrechtelijke uitzondering met waarborgen blijft gelden.

Gebruiksverantwoordelijken hebben afzonderlijke plichten. Wie een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisering gebruikt, moet blootgestelde personen informeren en persoonsgegevens volgens de toepasselijke regels verwerken, behoudens de toegestane strafrechtelijke uitzondering. Wie beeld, audio of video genereert of manipuleert die een deepfake vormt, moet bekendmaken dat de inhoud kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Hetzelfde geldt voor door AI gegenereerde of gemanipuleerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek over aangelegenheden van algemeen belang te informeren, met de precieze uitzonderingen hieronder.

Voor de kennisgevingen van artikel 50, leden 1 tot en met 4, moet de informatie duidelijk en onderscheidbaar zijn en uiterlijk bij de eerste interactie of blootstelling worden verstrekt. Zij moet ook aan toepasselijke toegankelijkheidseisen voldoen. Een pas achteraf verborgen vermelding is dus geen tijdige kennisgeving.

Zichtbare kennisgeving en machineleesbare markering zijn verschillende controles

Een zichtbare melding helpt iemand de directe ervaring te begrijpen. Een machineleesbare markering ondersteunt technische detectie en latere identificatie. Afhankelijk van de workflow kunnen beide nodig zijn; geen van beide mag automatisch als vervanging van de andere worden gezien.

Productteams moeten plaatsing, timing, toegankelijkheid, vertaalde interfaces en kleine schermen testen. Technische teams moeten nagaan of de markering realistische export en transformaties overleeft. Governanceteams moeten versiegebonden bewijs bewaren van welke maatregel in de uitgebrachte versie werkte, voor welke rol en toepassing en op basis van welke uitzonderings- of overgangsanalyse.

Pas de uitzonderingen voor deepfakes en tekst van algemeen belang exact toe

De plicht om een deepfake bekend te maken geldt niet voor wettelijk toegestane strafrechtelijke toepassingen. Wanneer inhoud deel is van een kennelijk artistiek, creatief, satirisch, fictief of vergelijkbaar werk of programma, beperkt de plicht zich tot een passende melding van gegenereerde of gemanipuleerde inhoud die de vertoning of beleving van het werk niet belemmert.

Voor door AI gegenereerde of gemanipuleerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek over aangelegenheden van algemeen belang te informeren, geldt de kennisgeving evenmin voor toegestane strafrechtelijke toepassingen. Zij geldt ook niet wanneer de inhoud menselijke toetsing of redactionele controle heeft ondergaan en een natuurlijke of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid voor publicatie draagt. Deze voorwaarden moeten eerlijk worden vastgelegd: alleen een naam toevoegen aan een verder geautomatiseerde workflow bewijst geen werkelijke menselijke of redactionele controle.

Een praktische uitvoeringsvolgorde

  1. Inventariseer directe interacties. Noteer chat-, spraak-, support- en andere interfaces waar iemand redelijkerwijs kan denken met een mens te communiceren.
  2. Breng juridische rollen in kaart. Leg per toepassing aanbieder en gebruiksverantwoordelijke vast in plaats van alle plichten aan ‘de leverancier’ toe te wijzen.
  3. Classificeer uitvoer. Identificeer synthetische audio-, beeld-, video- en tekststromen, waaronder deepfakes en publicatie van algemeen belang.
  4. Controleer timing en overgang. Scheid de algemene toepassing vanaf 2 augustus 2026 van de overgang van lid 2 tot 2 december 2026 voor daarvoor in aanmerking komende systemen die al op de markt waren.
  5. Ontwerp menselijke en technische controles samen. Bepaal melding, machineleesbare markering, timing, taal en toegankelijkheid voor de geclassificeerde workflow.
  6. Test echte routes. Controleer eerste contact, gekopieerde of geëxporteerde inhoud, mobiele weergave, ondersteunende technologie en fouttoestanden.
  7. Bewaar beslissingsbewijs. Bewaar versies, rollenkaarten, uitzonderingsanalyses, beoordelingen en testresultaten zodat de organisatie haar aanpak kan uitleggen.

Richtsnoeren en gedragscodes vervangen de gewijzigde wet niet

Richtsnoeren van de Commissie en een gedragscode voor transparantie kunnen de uitvoering ondersteunen, maar moeten worden gelezen naast de geldende wettekst. Verordening (EU) 2026/1744 verving artikel 50, lid 7; een servicedeskpagina, een FAQ uit de voorstelperiode of een waarschuwing voor verouderde tekst kan de handeling in het Publicatieblad niet terzijde schuiven. Deelname aan een vrijwillige code mag ook niet worden voorgesteld als algemene veilige haven voor alle plichten van artikel 50. Teams moeten bepalen welk lid, welke rol en welke inhoudsstroom een maatregel dekt en de actuele reikwijdte controleren.

De praktische kern voor de lezer

Artikel 50 wordt niet opgelost door ‘powered by AI’ in een voettekst te zetten. Een geloofwaardig programma verbindt juridische kwalificatie, productontwerp, technische herkomst, redactionele praktijk en bewijs. Lezers moeten vroeg genoeg informatie ontvangen om vertrouwen te kunnen beoordelen, terwijl organisaties moeten aantonen dat melding of markering effectief blijft wanneer model, interface, publiek of distributieroute verandert.

Per 11 september 2026 is dit een praktisch overzicht van artikel 50 en de beperkte overgang. Het is geen volledige analyse van Verordening (EU) 2026/1744 of de gewijzigde AI Act. Concrete implementaties vereisen toetsing van de geldende tekst en gekwalificeerd advies.

Primaire bronnen

EUR-Lex: Verordening (EU) 2026/1744, CELEX 32026R1744; EUR-Lex: Verordening (EU) 2026/1744, documentinformatie en versies; EUR-Lex: Verordening (EU) 2026/1744, tweetalige EN–ES-weergave; EUR-Lex: Verordening (EU) 2024/1689, documentinformatie en wijzigingshistoriek; Europese Commissie: richtsnoeren over transparantieverplichtingen voor AI. Geraadpleegd op 11 september 2026.